|
|
|
PELY VARIANT Dit is een afgeleide van de pelybox, een gevleugelde doosvlieger (oorspronkelijk ontwerp van Peter Lynn). Met een leuke kleurcombinatie zal dit een schitterende vlieger worden. Hoewel de vorm doet vermoeden dat het hier om een ingewikkeld model gaat is het bouwen ervan echt niet moeilijk. En ondanks het feit dat er een houten frame in wordt verwerkt kan deze vlieger toch een flinke hoeveelheid wind verdragen (windbereik van 4 tot 6 Bft). Op de foto is een aangepaste versie te zien. Meer lichamen / cellen zijn toe te voegen in zowel de hoogte als de breedte. MATERIAAL ZEILEN De beschrijving is gebaseerd op gebruik van één kleur voor alle vlakken, hiervan afwijken is zeker mogelijk. In deze beschrijving is in de tekeningen met kleuren gewerkt om de diverse vlakken onderling beter te kunnen onderscheiden de beschrijving wijkt van die kleurvlakken af. De vlieger bestaat uit verschillende vlakken: 6x de kiel, 12x het grote onderste vlak met daaraan vast de vleugel of het bovenvlak en 6x het losse bovenvlak . In deze opbouw is gekozen voor een doorlopend vlak van aanhechting met de kiel naar de vleugelpunt. Op deze manier zitten de vlakken zo aan elkaar dan de naden amper te zien zijn en alle tunneldelen zitten aan de binnenzijde verwerkt. naar boven Omdat elk vlak meerdere keren moet worden uitgeseald is een mal onmisbaar. Besteed hier de nodige aandacht aan en de eerste stap naar succes is gezet. Voor de randafwerking is gekozen voor spinnakerzoomband zodat hier geen extra zoomtoeslag moet worden berekend. De toeslag om de vlakken aan elkaar te naaien houden we op 7 mm. Seal alle vlakken uit en voorzie ze vervolgens van de verstevigingshoekjes. Deze zijn gesitueerd op de scherpe punten van elk zeil. Voorzie de zeilen van verstevigde doorvoerpunten (aan beide zijden van het doek). Hierdoor komen de spanners of de masten. Deze doorvoerpunten kunnen worden versterkt met dacron of meerdere lagen spinnakernylon b.v van dezelfde stof (en kleur). Daarna kan de randafwerking er omheen. We kunnen vervolgens de tunnelstroken gaan maken. Deze stroken hebben we nodig voor de tunnels in de verbinding van zijvlakken met de kiel en bij de verbinding van de zijvlakken onder en boven met de vleugelvlakken. De eerst genoemde (tunnel uit één stuk voor de 3 elementen) hebben een lengte van 3 x 42 cm (plus 2 x 7 mm zoom) = 127.4 cm en de andere 6 stroken moeten 21 cm (plus 2 x 7 mm zoom) = 22,4 cm lang worden. Seal hiervoor strookjes uit van 41 mm breed (rekenvoorbeeld (9 x π) : 2 = (9 x 3.14) : 2 = 14 mm met 4 x 7 mm zoomtoeslag = 42 mm). Maak deze tunnels niet te breed want bij bredere tunnels gaat het frame er wel gemakkelijk in maar wordt de vlieger niet stijver. Met nauw sluitende tunnels maak je een stijver geheel, het frame krijgt dan steun van het opgespannen doek. Aan een tunnel van de staander wordt naar drie richtingen getrokken! Zijn de tunnels uitgesneden en omgezoomd dan kan het echte naaiwerk beginnen.naar boven SAMENVOEGEN
VAN DE ZEILEN FRAME Op de masten plaatsen we bij de sleutelringen aan de top van de driehoeken een splitdop. Die past goed over de bovenzijde van de sleutelring. Aan de kielzijde moet weer een opspansleuf worden gemaakt, voorzien van bijhorende wikkeling. Door deze mast b.v. 5 cm onder de kiel uit te laten steken staat de vlieger bij het opbouwen altijd iets boven de grond. De zeiltjes worden dan niet zo snel vochtig of vuil. Als laatste maken we de spanners/liggers op de juiste lengte. Ook hier geld niet te kort maken zodat naspannen mogelijk blijft. Weer het zelfde recept, opspansleuven met afgelakte wikkelingen. Dit geeft niet alleen een verzorgde indruk maar het voorkomt dat de opspansleuf door de grote kracht van de opspanlijn niet kan uitscheuren. De zeilen worden ter plaatse van de staander waar de spanner/ligger op ligt met elkaar verbonden door een spanlijntje, de onderlinge afstand tussen de elementen goed in de gaten houden! TOOM |