Saturnus 95


De hier te beschrijven vlieger bestaat uit 2 ringen (verder gordels te noemen) die we op onderlinge afstand houden door 8 spandraden. Aan neus- en staartzijden zitten 8 lijntjes die naar een staander voeren. Bij de juiste opspanning zal de staander zijn positie in het centrum van de gordels behouden.

Benodigdheden.

De opbouw.

De gordels.
We maken 2 gordels van het spinnakernylon volgens tekening 1. De korte zijden zetten we aan elkaar met de extra voorziene ruimte. Voor het inbrengen van de hoepels nemen we aan de lange zijden een ruimte op die we om de hoepel slaan. Ik neem daarvoor ± 2 cm. Hierna met rijggaren strak om de hoepel rijgen. We brengen 16 markeringspunten op de gordel aan met een onderlinge af-stand van 9,375 cm. De hierna te beschrijven verbindingsbus voor de koolstof hoepel komt op markering 8 te liggen. Nu stikken we met de naaimachine met een 3 d 3,5 mm steek de hoes om de hoepel vast. We houden de hoepel daarbij verti-caal op de naaimachine waarbij we de hoepel langs het voetje geleiden.

De hoepels.
De bestaande Ø 2 mm verbindingsbusjes voor de hoepels zijn te kort. Een betere verbinding wordt verkregen door 2 busjes in elkaar te schuiven. Zie tekening 2.

De staander.
De staander maken we volgens tekening 3. De lengte maken we door schildersplakband om de Ø 6 mm x 18 cm buis aan te brengen waartegen de er over te schuiven ruimere buis Ø 8 mm x 125 cm stuit. De uiteinden van de Ø 8 mm buis omwikkelen met plakband om splijten te voorkomen. De vlieger met behulp van de spanhjnen zo strak opspannen als de stijfheid van de staander toelaat.

De spandraden en lussen.
Als lijn wordt hiervoor gevlochten dacron vislijn gebruikt van 0,5 mm. Nodig zijn:

De bevestigingspunten zijn in tekening 4 aangegeven. De wijze de knopen worden gemaakt staat in tekening 5. Voor elke knoop tellen we ongeveer 35 mm bij afhankelijk van de dikte van de gebruikte draad.

De toom.
Een lus van 55 cm van markering 2 naar markering 14 aan hoepel A vormt de toom voor stevige wind. Een derde toomdraad aan punt 0 van hoepel C met aan het uiteinde enkele lusjes achter elkaar, maakt een verstelbare driedraads toom voor matige wind. Het toompunt ligt op hoepel A of erboven.

Een kleiner formaat.
Voor diegenen die liever met een kleiner formaat vlieger willen beginnen die tevens wat goedkoper is, hierbij nog een opsomming van het benodigde materiaal en te wijzigen maten.

Een groter formaat.
Inmiddels heb ik ook een grotere versie gemaakt en gevlogcn. Deze SATURNUS 95 heeft een omtrek van 2 m en heeft 4 hoepels van RF Ø 3 mm x 200 cm. De staander hierbij is RCF koolstofbuis

Veel succes met je SATURNUS 95.